blog

Een goed verhaal

Vaktechniek 766

We horen de laatste tijd af en toe een vreemd geluid in onze winkel. Ja, ook in onze dorpsslagerijen horen we steeds meer ‘Ik eet wat minder vlees’, ‘We zijn wat minder vlees gaan eten’…

Een goed verhaal

Waarom? Daarover hoeven wij ons hoofd niet te breken. De flexitariër heeft dat zelf al wel gedaan. Een kijkje op de sites van flexitariërs biedt ons wel inzicht in hun denkwereld. Er is een heel rijtje met beweegredenen om een dag in de week geen vlees te eten. Komt dan het dierenwelzijn op de eerste plek? Nee, dat komt onderaan. De grootste reden is de belasting van het milieu. Het kost zo veel energie om dat lapje vlees op je bord te krijgen…

Deze flexitariërs zijn over het algemeen de mensen die bewuster vlees zijn gaan eten. Hè, ze eten toch juist minder vlees? Dat klopt, maar het vlees dat ze wél eten, daar wordt over nagedacht. Waar halen ze dat stukje vlees? Juist, bij iemand die hen een goed verhaal vertelt.

Want wist je, beste flexitariër, dat het lapje vlees bij ons in het dorp is opgegroeid? Dat de runderen lekker van Ederveens gras hebben gegeten? Dat het voer van de meelfabriek uit het dorp komt? Dat de maïs bij ons in het dorp wordt verbouwd? Dat de dieren op nog geen 5 kilometer afstand kleinschalig worden geslacht? Het lapje vlees dat je nu meeneemt, is dus niet de halve wereld overgevlogen. Een milieubewuste keuze dus.

Slagers, zorg dat je een goed en kloppend verhaal paraat hebt. Daardoor houden we deze flexitariërs in de winkel om een goed stuk vlees te verwaarden. Kwaliteit en ambacht moeten vooropstaan. Daarnaast is de communicatie met de klant van groot belang. Minder vlees eten zorgt niet per se voor een omzetdaling. Maar bewust vlees eten zie ik als een kans voor de slager. Als je het verhaal maar goed verkoopt.

Laten we vooral niet vergeten dat we slagers zijn en vooral vlees blijven verkopen.

Lees ook de vorige column van Wouter van de Veen

Reageer op dit artikel