artikel

Karel de Leest over toekomst slagersvak: ‘Niets doen is geen optie’

Vaktechniek 1308

Het slagersvak heeft met verschillende problemen in de sector te maken: vergrijzing, gebrek aan opvolgers en een negatief imago. Om deze bedreigingen het hoofd te bieden, zijn er verschillende initiatieven waarbij partijen in de markt samenwerken. Het Expertisecentrum en de Ondernemersacademie Food zijn daar een voorbeeld van. Karel de Leest, directeur SVO, vertelt over zijn zorgen voor de toekomst en de initiatieven waar SVO deel van uit maakt.

Karel de Leest over toekomst slagersvak: ‘Niets doen is geen optie’
Karel de Leest. Foto: SVO

Karel de Leest, directeur van SVO, klinkt zorgelijk als hij over de toekomst van het slagersvak praat. ‘Er wachten ons veel problemen. De vergrijzing, bedrijfsopvolging en het negatieve imago van vlees. Het is zaak om als branche samen te werken en de problemen het hoofd te bieden. Voorheen liep de samenwerking tussen de verschillende partijen in de branche niet soepel en dat is wel nodig om gezamenlijk een oplossing te bedenken voor deze problemen.’

De eerste stappen tot samenwerking zijn een jaar geleden gezet. Het Worstmakersgilde nam het initiatief het Expertisecentrum op te zetten. Hiervoor zocht het Gilde samenwerking met de brancheorganisatie Koninklijke Nederlandse Slagers (KNS) en SVO. Samen willen zij de kennis en het vakmanschap van slagers waarborgen voor de toekomst.

Inmiddels heeft het Worstmakersgilde zich uit het Expertisecentrum teruggetrokken. Door de wisseling van voorzitters is de visie van het Worstmakersgilde veranderd. Zonde, vindt De Leest. SVO en KNS houden het Expertisecentrum dan ook in stand. ‘We moeten samenwerken om de kennis in het slagersvak te waarborgen. Mensen zoals Paul van Trigt, bij wie ontzettend veel kennis zit, gaan binnen een paar jaar met pensioen. We moeten ervoor zorgen dat die kennis niet verloren gaat.’

Doelstellingen

Het Expertisecentrum heeft drie doelstellingen: ambassadeurs voor het slagersvak creëren, diensten aanbieden en de jeugd opleiden. Onder diensten kunnen masterclasses worden verstaan, maar ook de Opleiding Meester Worstmaker en inspiratiereizen.

Het Expertisecentrum heeft topslagers en SVO-docenten gevraagd als ambassadeurs voor het slagersvak. Paul van Trigt begeleidt hen in het ambassadeurschap en probeert al zijn kennis op hen over te brengen. Onder deze slagers bevinden zich de twee Meesterslagers Wouter van de Veen en Dennis van Dun, Gouden Slagersring-winnaar Nathan Burggraaf, John Benno van Broekhuizen, Hans de Goeij en Pepijn Putman maken het rijtje topslagers compleet. Paul Bothe, Ronnie Poeste, Marco de Koning, Richard den Otter, Nico Putter en Gertjan Verzijl krijgen als docenten mogelijk een rol in het Expertisecentrum.

Het centrum gaat trainingen aanbieden waar studenten certificaten kunnen halen. Denk hierbij aan trainingen Worstmaker tot aan Gecertificeerd Productkeurmeester.

Slagers de ogen openen

Naast trainingen worden er ook masterclasses en andere diensten aangeboden. ‘Misschien dat we in de toekomst wel een masterclass gaan geven over hybride producten. Dat is bij slagers misschien als vloeken in de kerk. Maar we willen slagers ook de ogen openen. De toenemende vraag naar vleesvervangers is iets waar we als branche over na moeten denken en niet onze ogen voor moeten sluiten.’

We moeten nadenken over de toenemende vraag naar vleesvervangers. Daar mogen we onze ogen niet voor sluiten

Ondernemersacademie Food

Dit jaar heeft SVO, in samenwerking met de KNS, ook de Ondernemersacademie Food opgericht. Deze opleiding is speciaal in het leven geroepen om nieuwe slagerijondernemers op te leiden. De komende 10 jaar staan er 500 slagerijen op de nominatie om te sluiten omdat er geen opvolging is. De ondernemersacademie wil de ‘nieuwe slagers’ onder meer werven onder slagerskinderen en horeca- en supermarktmedewerkers.

De opleiding duurt in totaal negen maanden en begint in september. ‘Tot nu toe hebben zich zeven studenten aangemeld. Zij beginnen sowieso in september met de opleiding. De groepen moeten klein blijven om ze optimaal te kunnen begeleiden. Deelnemers gaan één dag in de week naar school en de andere vier dagen zijn ze in de praktijk aan het werk. We proberen vanaf het
begin de student te koppelen aan de ondernemer die op termijn zal stoppen. Maar wil een deelnemer liever zelf een ambachtelijk bedrijf opzetten, dan kan dat ook. Voor hen worden dan leerbedrijven geregeld. Het doel is om het slagersvak voor de toekomst veilig te stellen.’

De bereidheid om mee te werken vanuit de slagers is groot, zegt De Leest. ‘Leerbedrijven werken graag mee aan dit initiatief. En dat is heel belangrijk. Want de ondernemers zelf zijn
natuurlijk de echte ambassadeurs van het vak.’

Ook de sector werkt graag mee aan de Ondernemersacademie en steekt veel geld in de opleiding. ‘De sector betaalt elk jaar €175.000 mee aan de academie. Dat betekent dat een student zelf €5000 voor de opleiding betaalt en de overige €15.000 door de sector wordt bijgelegd.’

‘De opleiding is misschien een druppel op een gloeiende plaat. Maar we móeten iets doen aan het gebrek van bedrijfsopvolgers’, zegt de directeur van de vakopleiding Food. ‘Niets doen is geen optie meer. Daarom hoop ik dat we als branche de handen ineen kunnen slaan en nu echt gaan samenwerken.’

Dit artikel is gepubliceerd in Vleesmagazine 7/8 die 27 juli is verschenen. Geïnteresseerd in meer soortgelijke artikelen? Vraag dan snel een voordeelabonnement aan.

Reageer op dit artikel