artikel

‘Maak het vak spannend en zorg voor variatie’

Strategie 1036

‘Ik wil de dagelijkse routine uit het slagersvak halen en de ondernemers prikkelen en triggeren, door een beetje ‘rock & roll’ toe te voegen’, zegt Yvonne van der Putten van Creasoof. Slagers zouden volgens haar hun vaste patronen moeten doorbreken en hun bedrijf vanuit een helikopterview bekijken. Daarbij is het onder meer belangrijk om niet iedere week dezelfde presentatie te bieden, maar te variëren.

‘Maak het vak spannend en zorg voor variatie’
Yvonne van der Putten wil slagers prikkelen en triggeren, door een beetje ‘rock & roll’ toe te voegen’. Foto's: Fotopersburo Bert Jansen

Yvonne van der Putten komt uit een slagersfamilie. ‘Het vak zit in mijn genen en is me met de paplepel ingegoten. Op jonge leeftijd heb ik meegeholpen met allerlei klusjes in de slagerij. Na de havo wilde ik graag naar de hotelschool. Hoewel ik het slagersvak prachtig vond, had ik ook gezien hoeveel drukte het met zich meebracht en de horeca trok me ook erg aan. Helaas was de hotelschool heel populair en werd ik uitgeloot. Ik besloot het atheneum te volgen en ben daarna alsnog naar de Slagers Vakschool in Utrecht gegaan, die ik met goed gevolg heb afgelegd.’

Na haar opleiding ging ze aan de slag bij Metzgerei Ziegler in Stuttgart. ‘Ik was de eigenaresse van deze Duitse slagerij al een paar keer tegengekomen tijdens de Slavakto en zij zond altijd prachtige schotels in. Daar was ik erg van onder de indruk.’ Ze werkte met veel plezier in Stuttgart tot ze gevraagd werd om op de SVO-locatie in Helmond de nieuwe opleiding winkelbediende te verzorgen. ‘Dat heb ik 12 jaar gedaan en behaalde in de tussentijd een aantekening pedagogiek en didactiek.’

In de loop der jaren zag ze het onderwijs veranderen. ‘Er kwamen steeds meer subsidies en de opleidingen werden vaker samengesteld op basis van de vraag vanuit de markt. De bedrijven bepaalden als het ware wat de leerlingen leerden. Ook zag ik de motivatie van de studenten dalen. Ze hadden er helemaal geen zin in om de hele dag op school te zitten. Uiteindelijk besloot ik het onderwijs te verlaten en een nieuwe uitdaging te zoeken.’

Een door Yvonne van der Putten mooi opgemaakte lamssonnet.

Regiomanager

Ze trok de stoute schoenen aan en stapte bij de Vereniging van Keurslagers binnen met de vraag of er misschien werk voor haar was. ‘Destijds niet, maar later werd ik teruggebeld met de vraag of ik regiomanager wilde worden. Zodoende heb ik diverse regio’s onder mijn hoede gehad en heb ik langzaam naar Creasoof toegewerkt.’ De naam Creasoof is in die tijd bedacht. ‘Tijdens beurzen en andere evenementen kreeg ik altijd een kaartje met ‘Regiomanager’ opgespeld. Dat vond ik nietszeggend; er zijn zoveel managers in Nederland, terwijl ik juist bezig was met creativiteit en het filosoferen hoe het eigenlijk zou moeten. Zodoende bedacht ik het woord Creasoof, dat ik veel beter bij mijn functie vond passen.’

Als regiomanager was het haar taak om nieuwe producten te ontwikkelen. ‘Iedere twee weken mocht ik de Keurslager Special samenstellen. Dat vond ik geweldig om te doen. Daarnaast werd ik om creatieve input gevraagd voor beurzen en het consumentenmagazine Proef!.’ Van der Putten vond het jammer dat ze heel erg in een vast stramien moest werken. ‘Er kon veel, maar er waren ook beperkingen. Soms wilde ik net even te snel en dat kan niet bij een vereniging, waarbij het de bedoeling is dat iedereen het ermee eens moet zijn. Zodoende besloot ik om voor creatieve vrijheid te kiezen en voor mezelf te beginnen.’

Duwtje nodig

Bovendien signaleerde ze een duidelijke behoefte. ‘Sommige ondernemers in de slagersbranche hebben echt een duwtje in de rug nodig. Daarbij ben ik op zoek naar ondernemers die buiten de lijntjes durven en willen kleuren. Ik doe dit nu ruim 2 jaar en heb een redelijk klantenbestand opgebouwd. Ik merk duidelijk dat er behoefte is aan mijn diensten. Ondernemers vinden het fijn als iemand met hen mee wil denken en zelf vind ik het leuk om hen uit te dagen en uit hun comfortzone te halen.’

Want juist dan bereik je het meeste, is haar ervaring. ‘Het veranderingsproces is best eng en lastig. Je hebt niet alleen met jezelf te maken, maar met een hele club mensen om je heen. Organisatorisch gezien is dat een ingewikkeld proces. Dan is het fijn als iemand van een afstandje meekijkt en op een nuchtere en pragmatische manier nuttige tips geeft. Dan zie je dat de processen op gang komen. Ondernemers zijn vooral bezig met hun omzet en natuurlijk is dat het belangrijkste uitgangspunt. Maar daardoor schort het nog wel eens aan creativiteit. Op maandagmorgen staat een slager vaak tevreden achter – en niet vóór – de toonbank te kijken hoe mooi alles erbij ligt. De toonbank is weer gevuld, zoals iedere keer op dezelfde manier gebeurt. En in sommige gevallen worden de laatste gaatjes opgevuld door plastiek groen, dat absoluut niet passend is bij een versbeleving.’

Van der Putten adviseert slagers om zich met één of twee mooi opgemaakte vleesschalen in de toonbank te onderscheiden.

Dat vindt Van der Putten erg jammer. ‘De ondernemer zou zijn klanten juist moeten verrassen met een wisselende presentatie en het vertrouwde durven loslaten. Te veel slagers zitten vast in bepaalde patronen en vinden veranderingen eng en ingewikkeld. Een vaak gehoord excuus is: dat willen mijn klanten niet. Maar is dat echt zo?’

Helikopterview

De ondernemers zouden eigenlijk eens vanuit een helikopter naar hun bedrijf moeten kijken, zegt Van der Putten. ‘Hoe ziet het bedrijf er nu uit? Hoe wil je dat het er over 5 jaar uitziet? Welke klanten zijn er? Wat zijn hun wensen en behoeften? Welke verbeterpunten zijn er?’ Samen met slagers probeert ze knelpunten te inventariseren, vaak aan de hand van foto’s, en verbeterpunten te benoemen. ‘Heel belangrijk daarbij is om te bepalen waar je naar toe wilt en hoever je daarin wilt gaan. Durf je bijvoorbeeld af te stappen van de standaard rvs schalen, je vaste indeling of je te kleine presentatieschalen?’

Vervolgens wordt een plan van aanpak gemaakt, waarbij ook de medewerkers zoveel mogelijk worden betrokken. ‘Het is belangrijk om een toonbank-upgrade met elkaar door te praten. Wat vinden de medewerkers van de veranderingen? Zo kun je een bepaald enthousiasme creëren. Doordat de medewerkers meer betrokken worden, gaan ze ook op een andere manier naar hun werk kijken en zijn ze meer bezig met de producten die ze verkopen. Zo wordt het hele team naar een hoger niveau getild.’ De plannen worden uitgebreid geëvalueerd en desgewenst bijgestuurd. ‘Het allerbelangrijkste is dat de consument verrast en geprikkeld wordt. Dat kan met een andere presentatie, door de producten op een andere plek te leggen en ze een andere aankleding te geven. Het resultaat daarvan zie je terug in de verkoop.’

Bij ieder product zou de ondernemer volgens Van der Putten de volgende vragen moeten stellen: Ziet het er optisch mooi uit?, Smaakt het lekker? Is het puur en eerlijk?

Innovatiekracht

Op zich wordt er door de Nederlandse slagers best veel aan innovatie gedaan, merkt Van der Putten. ‘Het probleem is alleen dat de innovaties vaak het initiatief zijn van kruidenfirma’s, die het achterliggende doel hebben om hun producten te verkopen. Op zich is daar natuurlijk niets mis mee, maar het is goed om je dit als slager te realiseren en je te bedenken of je daardoor niet gehinderd wordt. Ziet het product er optisch mooi uit? Smaakt het lekker? Is het puur en eerlijk? Aan dat laatst schort het nog wel eens. Dan worden er te veel kruiden gebruikt om een bepaald product smaak te geven, terwijl daardoor de pure vleessmaak op de achtergrond komt te liggen.

Natuurlijk zijn er klanten die terugkomen voor een bepaalde marinade of kruidenmix, maar zorg dat je een balans vindt en ook voldoende producten aanbiedt, waarin de pure vleessmaak naar voren komt.’Bepaalde vaste patronen dienen doorbroken te worden, vindt ze. ‘Sommige slagers verkopen al 10 jaar lang een bepaald product. Als ik hen vraag of ze het product in al die jaren wel eens hebben bijgeschaafd, dan krijg ik vaak een ontkennend antwoord. Sommigen hebben het product in al die tijd zelfs nog niet één keer geproefd. Dat vind ik belemmerend voor de innovatie en ontwikkeling. Er wordt te veel op de automatische piloot gewerkt. Bovendien vind ik dat je als vakman echt alles in je toonbank minimaal één keer geproefd moet hebben. Blijf altijd kritisch op je assortiment.’

Kies niet voor plastiek maar voor echt groen in de vitrine om de versuitstraling te benadrukken, aldus Yvonne.

Presentatie

Verder valt het haar op dat de presentatie vaak is afgestemd op het gemak van de verkoper. ‘Zo staan de schaaltjes dichtbij de medewerksters en wordt vanwege het schepgemak voor schaaltjes met opstaande randjes gekozen. Natuurlijk moet je presentatie werkzaam zijn, maar het is ook belangrijk om te kijken hoe de klanten de presentatie ervaren. Vinden zij het wel prettig om tegen allemaal zwarte opstaande randjes aan te kijken? Worden er niet te veel soorten van een bepaald product gepresenteerd? Vaak wordt het assortiment in de loop der jaren uitgebreid, zonder dat een bepaalde andere smaak verdwijnt. Daardoor zijn er soms twintig verschillende soorten salades in een winkel te vinden, waardoor het voor een klant alleen maar lastiger wordt om te kiezen.’

Van der Putten raadt in dat geval aan om het aantal verschillende soorten te beperken. ‘Met vijf verschillende varianten bied je een klant nog steeds keuze. Zo creëer je een veel beter overzicht en heb je de kans om vaker te variëren. Durf eens een product een week achterwege te laten. Zo houd je het spannend voor de klant. Als mensen één of twee keer per week je winkel binnenkomen, dan vinden ze het leuk om verrast te worden en willen ze niet iedere keer hetzelfde zien.’

Trends

Voor 2019 verwacht Van der Putten dat trends als transparantie, herkomst, versheid, gezondheid, gemak en genieten nog steeds een belangrijke rol blijven spelen. ‘Maar een ondernemer hoeft niet op alle trends in te spelen; hij kan er ook een of meer kiezen en deze nadrukkelijk onder de aandacht brengen. Dan weet de klant precies wat hij kan verwachten. Laat zien waar je voor staat!’

Tijdens de Slavakto presenteerde Van der Putten diverse vleesproducten die eruit zagen als patisserie. ‘Natuurlijk hoeft niet iedere slager zover te gaan, maar het kan geen kwaad om je als ondernemer met mooi opgemaakte vleesschalen te onderscheiden. Niet je hele toonbank hoeft er op deze manier uit te zien, maar je zou bijvoorbeeld in het midden een schaal kunnen presenteren waarop je diverse mooi opgemaakte producten toont. Hiermee prikkel je de klant en laat je zien waartoe je in staat bent. Misschien neemt de klant alsnog alleen gehaktballen en verse worst mee, maar hij heeft dan wel een goede indruk gekregen van je vakmanschap en zal hier wellicht met anderen over praten en vaker terugkomen in de winkel.’

Dit artikel is verschenen in Vleesmagazine 1/2. Meer inspirerende reportages lezen? Neem dan een voordeelabonnement op Vleesmagazine.

Reageer op dit artikel