nieuws

‘Slager is de nieuwe rockster’

De Slagerij 5576

Tom Bossuyt, directeur van het Belgische Bossuyt Shopinteriors, merkt dat er een aantal interessante ontwikkelingen gaande zijn, die van invloed zijn op de inrichting van slagerijen. Daarbij noemt hij termen als: crafters are the new rockstars, foodlabs, eatail en Connected Convenience. ‘Slagers kunnen hier voor zichzelf en voor hun klanten enkele trends uitpikken en daarmee aan de slag gaan’, aldus Bossuyt.

‘Slager is de nieuwe rockster’
Foto's: Monaco Restaurant Group

Niet alleen bij de detailhandel, maar ook in de horeca zie je een herwaardering van traditionele ambachten, zegt Tom Bossuyt, directeur van het Belgische Bossuyt Shopinteriors. ‘Crafters are the new rockstars. Ambachtelijk gemaakte producten vinden sneller hun weg naar de consument, en beoefenaars van traditionele beroepen worden als een soort beeldende kunstenaars beschouwd.’ Dat wil echter niet zeggen dat er alleen wordt ingezet op traditie, benadrukt hij. ‘Ook Technologisering is belangrijk. Doordat de ene chef zijn experimenten en bevindingen online deelt, kan de andere er zijn eigen interpretatie aan geven en iets nieuws uitvinden. Chocolademakers, barista’s en meester-slagers zijn de nieuwe rocksterren, omdat zij ons nieuwe smaakervaringen bezorgen.’

Daardoor krijgt het ambacht opnieuw een centrale plaats in de winkel. ‘Het personeel dat vroeger achter de schermen werkte, is vandaag de dag op de winkelvloer te zien’, legt Bossuyt uit. ‘De Antwerpse chocolatier Jitsk is hier een goed voorbeeld van. Hij nam het onverwachte besluit om geen verkooppersoneel meer aan te nemen. Het zijn nu de chocolatiers zelf die de chocolade verkopen, uit de overtuiging dat zij als experts beter advies kunnen geven.’

Deze trend doet grenzen vervagen en muren verdwijnen tussen winkel en werkplaats. ‘In plaats van de slagers of bakkers te verstoppen achter een gesloten deur, komt er nu een glazen wand, waardoor bezoekers en klanten kunnen meegenieten van de actie. Als de werkruimte wordt opengesteld, gaat het productieproces een centrale rol spelen. Bereiden of bewerken wordt een soort ‘artist performance’ waarvoor een podium wordt gecreëerd.’

Foodlabs

Daarnaast signaleert hij dat steeds meer voedingswinkels ontdekkingslaboratoria worden. ‘Winkelen is niet meer louter praktisch. In plaats van een tussenstop te vormen op weg naar huis, kan een winkel ook een bestemming op zich zijn. Zeker als je er veel meer kunt doen dan alleen producten kopen. Denk bijvoorbeeld aan het ontmoeten van gelijkgestemden, het inwinnen van informatie, of het volgen van een cursus over hoe een product van A tot Z wordt gemaakt.’

Het winkelpersoneel van de toekomst zal daarom een imagowissel ondergaan, verwacht Bossuyt. ‘Zowel door de werkgevers als door de klanten worden ze niet meer beschouwd als gewone verkopers, maar als adviseurs, die dankzij hun deskundige productkennis bezoekers op een laagdrempelige manier kunnen begeleiden bij hun keuzes. Door hen bijvoorbeeld kleine hoeveelheden te laten proeven, zodat klanten actief worden geïnformeerd over kleine verschillen of smaaknuances.’

Transparante sfeer

Dat heeft zijn weerslag op de inrichting. ‘De grootste impact van deze trend op de inrichting is dat men alle huidige drempels tussen klant en handelaar verlaagt. Te hoge drempels belemmeren namelijk de ontdekkingstocht van de klant. In plaats van producten achter een toonbank uit te stallen, kan men voor lage tafels of een toegankelijke ontdekkingsmuur kiezen waar klanten worden uitgenodigd om een product te voelen, te ruiken, te proeven of gewoon van heel dichtbij te kunnen zien. Er wordt ook plaats gemaakt voor ruime tafels of werkbanken die als ontmoetingsplaats of werktafel kunnen dienen tijdens workshops of informatiemomenten. Het onderscheid tussen etalage en winkelruimte valt weg, waardoor men een heel open, transparante sfeer creëert.’

Voorbijgangers worden volgens Bossuyt letterlijk naar binnen gezogen om de uitgestalde producten te ontdekken. Eenmaal binnen helpt de vaak eenvoudige inrichting om de klant de focus te laten houden en mogelijke keuzestress tegen te gaan.’

Met zijn elegante architectuur, premium atmosfeer en prachtig uitzicht over de haven, is The Beef Bar in Monaco een heel uitzonderlijke slagerij. Alles wat je in de slagerij kan kopen, kan je ook ter plaatse eten, zelfs rauw indien je daarvoor te vinden bent.

Eatail

Ten derde noemt Bossuyt ‘eatail’: wanneer verswinkel en horeca één worden. ‘Tussen retail en horeca is er al langer een sectorvervaging aan de gang. Van een kledingwinkel waar je ook kunt ontbijten of lunchen, kijken weinig mensen nog op. Maar ook in de detailhandel worden sectorvervagingen toegepast. Denk bijvoorbeeld aan een slager waar je ook bistrogerechten kunt eten, een bakker waar je ook uitgebreid kunt ontbijten en een kruidenier die zijn dagverse producten omtovert tot slaatjes of warme soep. Er zijn tal van mogelijkheden om klanten niet alleen voeding te laten kopen, maar ook ter plaatse te laten consumeren.’

De meest voor de hand liggende impact van deze trend op winkelinrichting is volgens hem het toevoegen van zitplaatsen om in de detailhandel ter plaatse te kunnen eten. ‘Een aangrenzend pand kan volledig verbouwd worden tot restaurant, maar dat is zeker geen vereiste. Men kan evengoed een beperkt gedeelte binnen de beschikbare ruimte voor horeca gebruiken. Met statafels of een bargedeelte met krukken kan men al bijzonder creatief te werk gaan. Omdat dergelijke winkels niet binnen het traditionele plaatje (willen) passen, wordt dit ook doorgetrokken in het interieur en kiest men sneller voor onverwachte materialen of gedurfdere kleuren.’

Connected Convenience

Een ontwikkeling van een geheel andere orde is Connected Convenience: door slimme oplossingen je plaats opeisen in het leven van de consument. ‘Wie het leven of het werk van zijn klanten vergemakkelijkt, mag trouwe, duurzame relaties verwachten’, weet Bossuyt. ‘Hoe kun je de winkelervaring zo comfortabel mogelijk maken? In ieder geval door zoveel mogelijk de wachttijden te verkleinen of geheel te vermijden. Bijvoorbeeld door de mogelijkheid te bieden om online te bestellen, zodat klanten zonder tijd te verliezen hun spullen kunnen ophalen. Ook met huisgemaakte, gezonde, kant-en-klare maaltijden of producten die makkelijk onderweg gegeten kunnen worden, kunnen klanten kostbare tijd besparen.’

De Connected Convenience trend zet versspecialisten aan om het interieur van hun zaak volledig te richten op een efficiënte beleving. ‘Denk bijvoorbeeld aan toegankelijke koeltoonbanken en -kasten die klanten meteen een overzicht bieden van de beschikbare producten. Hoeken of eilanden waarop producten thematisch zijn uitgestald, zijn ook een optie. Het interieur is vaak eenvoudig om afleiding te vermijden. Een industriële uitstraling en lichte kleuren passen hierbij. Duidelijkheid, eenvoud en zichtbaarheid zijn van groot belang.’

Dit artikel is onlangs verschenen in Vleesmagazine 7/8. Wilt u meer van dit soort artikelen lezen? Vraag dan hier een voordeelabonnement aan.

Reageer op dit artikel