artikel

Mag het een onsje vega zijn?

De Slagerij 278

Van de vegetarische Unox-rookworst tot Vivera’s Veggie Quarter Pounder, en zelfs een samenwerking op kroketgebied tussen Mora en De Vegetarische Slager – aan nieuwe vleesvervangers geen gebrek. Nederlandse consumenten gaven vorig jaar al krap €100 miljoen aan vleesvervangers uit in de supermarkt. Een schijntje vergeleken met de bijna €5 miljard die zij jaarlijks spenderen aan vlees en vleeswaren. Maar in tegenstelling tot het vleesschap groeien die vleesvervangers als kool. Consumenten maken echt andere keuzes. Kan de slager op de hoek daarop inspelen?

Mag het een onsje vega zijn?
Foto: Jan Willem Schouten

Goed nieuws voor de lokale slager: het aantal vegetariërs is de afgelopen jaren nauwelijks gegroeid. Dat percentage ligt al jaren vrij stabiel rond de 4. De gestage daling in de vleesconsumptie, gemiddeld krap 0,5 procent per jaar sinds 2010, is dus vooral toe te schrijven aan de vleeseters. Het voordeel is dat deze groep consumenten vlees an sich niet uitsluit en daarmee nog steeds (potentiële) klanten voor de slagerij zijn.

Flexitariër kiest bewust voor minder vlees

Dat laat onverlet dat de consument van vandaag andere keuzes maakt dan vroeger. Flexitariërs zijn in opkomst: zij eten wel vlees, maar bewust minder. In Nederland hebben we het dan al snel over zo’n 50 à 60 procent van de bevolking.

Traditioneel bestaan de alternatieven voor vlees uit producten zoals eieren, tofu, noten en zaden. De afgelopen jaren zijn vleesvervangers op basis van (plantaardige) ingrediënten, zoals soja, lupine, tarwe, melkeiwitten, peulvruchten en zeewier, in opmars. Het aanbod van deze vleesconcurrenten groeit al jaren hard, maar lijkt de laatste maanden in een stroomversnelling te zijn gekomen.
Er zijn verschillende redenen waarom consumenten zich op vleesvervangers hebben gestort. Dat kunnen redenen zijn om vooral geen vlees te eten, zoals zorgen over de eigen gezondheid, het dierenwelzijn en het klimaat.

Maar het zijn niet alleen negatieve argumenten die consumenten doen kiezen voor vleesvervangers. Positieve factoren zijn de betere verkrijgbaarheid, het bredere assortiment en de nieuwsgierigheid van consumenten naar nieuwe en makkelijke producten die beter aansluiten op persoonlijke dieetwensen (zie figuur 1).

Figuur 1: Waarom consumenten kiezen voor vleesvervangers. Beeld: Rabobank

Groei vleesvervangers zet onverminderd door

Nederlandse consumenten lopen voorop in Europa als het gaat om vleesvervangers. Alleen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland worden meer vleesvervangers gegeten. Van de naar schatting €1 miljard die in de West-Europese retail in 2017 in dit marktsegment werd afgezet, kwam bijna €100 miljoen uit Nederland.

Vergeleken met de vleesmarkt – met een binnenlandse consumptiewaarde in de Nederlandse foodretail van een kleine €5 miljard exclusief btw – stellen vleesvervangers niet zoveel voor. Maar als het aankomt op marktgroei steken de vleesvervangers er met kop en schouders bovenuit. Deze trend is ook in andere Europese landen terug te zien, zoals blijkt uit een studie van Rabobank die eind 2017 uitkwam. Waar de Nederlandse vleesconsumptie in kilo’s al jaren terugloopt, tikken vleesvervangers de afgelopen jaren groeicijfers rond de 15 procent aan.

Naar verwachting valt die groei dit jaar zelfs nog een stukje hoger uit. Dankzij de vele productintroducties, het bredere huismerkaanbod, en ongetwijfeld ook alle media-aandacht, weten steeds meer consumenten het schap met vleesvervangers te vinden. Voor de komende 5 jaar verwacht de Rabobank een iets gematigdere groei door oplopende prijsdruk als gevolg van groeiende schaalvoordelen in productie.

Desalniettemin, met een voorziene omzetplus van circa 6 tot 8 procent per jaar, zijn er weinig tot geen voedingscategorieën die sneller zullen groeien.

Je ziet ze steeds vaker, óók bij de slager

De enorme groei in vleesvervangers was de afgelopen jaren met name te zien in de supermarkt, niet zozeer in de biologische speciaalzaken. Dit geeft opnieuw aan dat het de huis-tuin-en-keukenconsumenten zijn die meer vleesvervangers zijn gaan kopen en niet alleen de ‘foodies’. Heel geleidelijk verschijnen vleesvervangers nu ook op menukaarten van restaurants en maken ze hun entree in de snackbar – zie de vegetarische burgers bij onder andere Smullers en McDonald’s. Ook foodservicepartijen zijn dus overstag gegaan.

Zullen de slagers volgen, of is dat hun eer te na?

Flexitariërs kopen misschien minder vlees, maar dat is geen reden om niet meer bij een slager binnen te lopen. Sterker nog, in veel gevallen zijn ze zelfs bereid meer te betalen voor het stukje kwaliteitsvlees dat ze nog wel kopen (figuur 2). Als consumenten echter één of meer dagen in de week een alternatief voor vlees eten, uit zich dat ook in een (verder) dalende gemiddelde besteding per klant in de winkel.

Figuur 2: De afzet van duurzaam geproduceerd vlees neemt verder toe. Beeld: Monitor Duurzaam Voedsel

De omzetderving door de opmars van het flexitarisme zal van winkel tot winkel verschillen. De impact op het slagerswezen is afhankelijk van assortiment, klantenkring, regio en niet in de laatste plaats: het ondernemerschap van de slager zelf. Vleesvervangers vormen een interessante aanvulling op het assortiment van een lokale slagerij uit defensief oogpunt. Bestaande klanten zijn gewend hun vlees voor de hele familie of voor meerdere dagen bij de slager te halen. Het aanbieden van vleesvervangers voorkomt dat klanten (ook) elders moeten winkelen.

Als je het doet, doe het dan (vooral) goed

Succesvolle lokale slagers onderscheiden zich vooral met de kwaliteit van hun vlees en de servicegerichtheid van hun personeel. Waarom zou dat voor het vleesvervangersaanbod anders zijn? De kwaliteit van de aangeboden vleesvervangers moet op hetzelfde hoge niveau liggen als de andere producten, anders lopen zij een afbreukrisico bij de klant. Dat heeft de nodige voeten in de aarde, want het merkaanbod in vleesvervangers is breed en producteigenschappen als smaak, mondgevoel en structuur zijn sterk afhankelijk van de kwaliteit van de verschillende grondstoffen en de juiste verwerking ervan. Waar lokale slagers het verschil kunnen maken met eigen productie van mooie vleesproducten, verdienen vleesvervangers een proactieve keuze voor de juiste leveranciers: de beste merken, de meest innovatieve producenten en uiteraard de lekkerste producten.

Reageer op dit artikel