nieuws

‘MVO draagt bij aan de kwaliteit’

Nieuws 75

Bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen, behalen ten minste 2 procent meer marge en zijn stabieler als het economisch minder gaat. ‘Je moet gewoon ergens beginnen’, zegt Debora van Zee om eventuele koudwatervrees weg te nemen. Van Zee runt Food2Future, een adviesbureau ter bevordering van duurzaam en verantwoord ondernemen.

‘MVO draagt bij aan de kwaliteit’
Deborah van Zee. Foto: Koos Groenewold

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) is een relatief nieuw element in de bedrijfsvoering, maar de term is niet nieuw. Er hangt een soort stroperigheid omheen; duurzaam ondernemen lijkt maar mondjesmaat op gang te komen in ambachtelijke midden- en kleinbedrijven. Dat komt doordat niet iedere ondernemer weet hoe hij mvo handen en voeten kan geven en wat dat oplevert.

Dat is zonde, stelt Debora van Zee, die de start-up Food2Future is begonnen om duurzaam ondernemen onder de aandacht te brengen bij bedrijven en daar te helpen met de invoering ervan. Daar wordt uiteindelijk iedereen beter van: ondernemer, medewerkers, klanten en omgeving.

Concreet: bedrijven met een goed mvo-beleid behalen minstens 2 procent meer winstmarge en presteren stabieler in onzekere tijden. Dat is te danken aan het terugdringen van verspilling van energie en grondstoffen, aan het feit dat medewerkers een grotere betrokkenheid voelen met het bedrijf – ze voelen zich mede-eigenaar -, aan een grotere innovatiekracht en aan een grotere loyaliteit van klanten. ‘Het integrale karakter maakt het mvo’, zegt Van Zee. ‘Het continu verbinden van zorg voor mens en milieu aan zakelijk succes. Een andere uitleg die je aan de afkorting kunt geven is: met verstand ondernemen.’

Vlees aan de schandpaal

De in december 2015 succesvol afgesloten klimaattop in Parijs moet een keerpunt worden in de wereldconsumptie van energie en de daaruit voortvloeiende vervuiling. De productie van voeding maakt hier een wezenlijk deel van uit; een derde van alle voedsel op de wereld wordt weggegooid – en daarmee de energie die het kost om het te produceren. De milieudruk van ons voedsel wordt bovendien voor een belangrijk deel bepaald door de vleesconsumptie. De CO₂-uitstoot die gemoeid is met de productie van 1 kilo rundvlees is 45 keer zo groot als die van plantaardige eiwitten, zoals peulvruchten. De cijfers voor het gebruik van water en land zijn vergelijkbaar.

Door de toegenomen welvaart stijgt de vraag naar vlees wereldwijd. Tegelijkertijd eten steeds meer mensen in de westerse landen minder (vaak) vlees. Dit is ingegeven door een combinatie van milieu- en gezondheidsbewustzijn. De uitbraak van dierziekten en recente schandalen rond herkomst van vlees dragen ook niet bij aan een gunstig imago voor vlees. Slagerijen zitten wat dat betreft dus in een lastig parket.

Duurzaamheid als kans

Toch liggen er genoeg kansen, juist voor ambachtelijke slagerijen. Door in hun assortiment bewust te kiezen voor transparantie, kwaliteit, lokaal en diervriendelijk. Maar ook door na te denken over hybride vleesproducten, en zelfs kwalitatief hoogwaardig vegetarisch ‘vlees’ onderdeel te laten zijn van het assortiment. Zo is de groeiende groep bewuste consumenten aan te trekken, de zogenaamde flexitariërs, die gaan voor kwaliteit in plaats van kwantiteit, en de samenleving op een andere manier willen vormgeven. ‘Duurzaamheid wordt onderdeel van de kwaliteit van het product. En de slager kan het rechtstreeks aan de klant vertellen – of het laten zien in zijn bedrijf.’ Zeker de hybride klant, die shopt bij supermarkten en bij ambachtelijke ondernemers, is daarmee te winnen.

Duurzaam ofwel maatschappelijk verantwoord ondernemen is niet alleen weggelegd voor multinationals. Het is volgens Van Zee begrijpelijk dat de moed ondernemers in de schoenen zakt als ze de globale problematiek als mens, als ondernemer en als beleidsmaker op zich zien afkomen. Waar moeten ze beginnen? Haar antwoord is: ‘Zorg dat je weet waar je staat en begin dan gewoon ergens. Op micro-niveau. Denk groot, begin klein’, zegt Van Zee. Het in kaart brengen van de CO₂-voetafdruk bijvoorbeeld is een stap die iedere ondernemer kan zetten. Hiervoor zijn zeer toegankelijke webtools beschikbaar. Bovendien zijn er via de branchevereniging, in het kader van het project ‘Routekaart vlees’, ook nuttige factsheets voorhanden, met specifiek op slagerijen gerichte besparingstips.

Quickscan

Food2Future helpt bedrijven om hun maatschappelijke positie te versterken. De aanpak kan voor elk bedrijf anders zijn, maar richt zich altijd op een combinatie van drie elementen: bezieling, kennis en organisatie. Het resultaat hiervan is een concrete mvo-aanpak die past bij het dna van een bedrijf.

Van Zee ondersteunt ook ambachtelijke ondernemers om hun mvo-status in kaart brengen. Als onderdeel van een QuickScan praat zij met drie sleutelfiguren in het bedrijf – ondernemer, productieleider en winkelmedewerker – om de motivatie en de mogelijkheden voor mvo helder te krijgen. Waarom willen ze aan de slag met mvo? Hoe zien zij dit? En wat doen zij al?

Deze laatste vraag wordt beantwoord aan de hand van de volgende zeven thema’s:
1. Energie- en emissies: energieverbruik en CO₂-uitstoot van proces, winkel en logistiek.
2. Afval en verspilling: afvalreductie, afvalscheiding, hergebruik reststromen.
3. Assortiment: impact op milieu, dierenwelzijn en mensenrechten.
4. Personeel: toetsen op tevredenheid, ontwikkelingskansen, functies, veiligheid (arbo, sociale veiligheid, gezondheid), werksfeer en communicatie.
5. Maatschappelijke betrokkenheid: leerbedrijf, buurtfunctie, vrijwilligerswerk personeel (steunt de ondernemer dat?)
6. Consument: wil voedselveiligheid, transparantie, gezond productaanbod, vriendelijke en deskundige bediening.
7. Samenwerking: met leveranciers, klanten, buurtbewoners.

Behalve dat er een besparing in geld mogelijk is, is er volgens Van Zee een maatschappelijke noodzaak – en daarmee een bedrijfsmatige noodzaak – om mvo op de kaart te zetten. ‘Accepteert de maatschappij dat de slager in 2020 op dezelfde manier werkt als nu’, vraagt Van Zee zich daarbij af.

Het antwoord is volgens haar: nee. ‘De maatschappij verandert.’ Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zijn in het voordeel, is haar stellige mening. ‘Zij hebben het grote pluspunt dat ze snel kunnen schakelen en geworteld zijn in de lokale samenleving. Ze kunnen op kleine schaal en op veel fronten tegelijk veranderingen aanbrengen.’

‘Het is niet one size fits all’, volgens Debora van Zee. ‘Er zijn wel thema’s die gelijk zijn, maar de oplossingen zijn verschillend. Hoe die oplossing eruit komt te zien, is voor iedereen anders. Die hangt ook af van de keuze van de ondernemer. Uit alle info die een meting in het bedrijf oplevert, rolt een bedrijfs-eigen plan en een doel, legt zij uit. ‘Wat is het doel van de ondernemer? Want behalve dat het leuk is om ermee bezig te zijn, is er de legitieme vraag: wat krijgen we ervoor terug?’

Inspiratie

Er zijn tal van inspirerende voorbeelden van ondernemers die stappen zetten op het gebied van duurzaamheid. Zelfs op plekken waar je het misschien niet direct verwacht. ‘Zo hoorde ik laatst over een snackbar in Groningen die een volledige cradle-to-cradle-toiletinrichting heeft, biologische kroketten voordeliger aanbiedt dan de reguliere en de grote portie friet van de kaart haalde, omdat de extra friet meestal toch in de prullenbak belandde.’

Er gebeurt ook genoeg in de slagerijsector. Denk aan het initiatief Keten Duurzaam Varkensvlees. Of de Vegetarische Slager, wiens Gehacktbal eens de derde prijs won in de gehaktballentest van De Telegraaf. En natuurlijk wordt er veel winst behaald met energiebesparing. Bijvoorbeeld bij slagerij Rutten in Panningen, die hiermee in 2013 de Easy to be Green-award won. Dit deed hij door het plaatsen van een nieuwe koeling (30 procent besparing), hoogfrequente TL5-verlichting (40 procent besparing op lichtverbruik) en door een systeem van warmteopwekking met terugwinning vanuit de koeling (70 procent besparing op gasverbruik).

Sommige bedrijven zijn al ver met duurzaam ondernemen, ook kleinere bedrijven. Maar er zijn ook ondernemers in het kleinbedrijf die het gevoel hebben dat ze geen invloed kunnen uitoefenen en die duurzaam ondernemen niet relevant vinden. Van Zee pareert dat idee. ‘Als je in beweging wilt komen, kijk dan naar wat je wél kunt doen. Je hoeft het niet perfect te willen doen, het is een pad. Eigenlijk is het nooit klaar, als je maar in beweging komt.’

Reageer op dit artikel