artikel

‘Branche is weer trots op het slagervak’

Nieuws 169

‘Branche is weer trots op het slagervak’

Zo’n 10 jaar geleden ging het roer om bij de brancheorganisatie Koninklijke Nederlandse Slagers (KNS). Van een organisatie waarvan niet duidelijk was wie wat exact deed, groeide KNS uit tot een vereniging die meetelt en meepraat. Ze behartigt de belangen van zo’n 1450 leden, ongeveer 80 procent van de ambachtelijke slagers in Nederland. De lijst geboekte successen is lang, maar de KNS staat ook voor nodige uitdagingen.

Directeur Peter Hoogenboom ging in 2010 aan de slag bij de vereniging. Het slagersvak had in die tijd de perceptie koud, nat en bloederig te zijn. De politieke discussie over vlees verhardde, zeker met de opkomst van de Partij voor de Dieren. ‘Het was een start in een bedrijfstak die in een aantal decennia van 8000 ondernemers was afgenomen tot ongeveer 2000. De trots voor het vak was verdwenen. Het onderwijs had een knauw gehad, het was moeilijk goed personeel te vinden’, herinnert Hoogenboom zich. ‘Wilden we de slagersbranche behouden, dan moesten er stappen voorwaarts worden gezet en het tij worden gekeerd.’

De nieuwe directeur van KNS besloot die verandering allereerst in de eigen organisatie in te zetten. ‘Niet iedereen wist precies wie wat deed binnen de organisatie. KNS was bovendien geen partner die er toe deed bij de politieke lobby en in het mkb. Dat moest echt anders.’

Het was volgens Hoogenboom tijd de koers te wijzigen. KNS formuleerde een missie, visie en kernwaarden. ‘Het is ons doel, onze missie om collectieve voorwaarden en middelen te creëren voor de individuele ambachtelijke slager om succesvol te zijn als ondernemer, werkgever en als vakman. Dat doel bereiken kan in onze visie alleen slagen als de ambachtelijke slager, zowel individueel als in collectief, kan ondernemen in een gezond en succesvol ondernemersklimaat. Dat wil onze vereniging realiseren.’

Hoogenboom beantwoordt daarbij hardop de vraag: Wat legitimeert ons deze
belangen te behartigen? ‘Het is belangrijk kernwaarden te formuleren. Onderwerpen waarin wij een rol moeten hebben, met het doel de branche beter te maken. Het ethische kompas van waaruit wij vertrekken.’

KNS handelt vanuit de vijf volgende kernwaarden: verantwoord ondernemen, goed werkgeverschap, dierenwelzijn, milieu en gezondheid. Hierbij zet de branchevereniging zich in voor optimale voedselveiligheid en transparantie van de productie van voedingsmiddelen, die bijdragen aan de gezondheid van consumenten.

Ook steekt de ledenorganisatie de hand uit naar de primaire sector, bijvoorbeeld waar het over dikbilkoeien gaat. Hoogenboom: ‘De KNS zet zich in voor dierenwelzijn door ervoor te zorgen dat dieren in de voedselketen op respectvolle en correcte wijze worden behandeld. Daarover wisselen we ook van gedachte met de primaire sector. En dat zijn we ook schatplichtig te doen. Dat zijn we verplicht aan ons predicaat Koninklijk.’

Democratisch draagvlak

Door de interne veranderingen wist de vereniging een breder democratisch draagvlak te realiseren. Ook werden verschillende samenwerkingsverbanden aangegaan met andere branches in het mkb, toeleveranciers, slagerijen, SVO vakopleiding food en de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV).

‘We hadden echt een stand-alone-positie’, zegt de directeur. ‘Maar inmiddels staan we als vereniging heel goed op de kaart. Dat heeft ook alles te maken met de kwaliteit van onze bestuurders. Zij verdienen echt een pluim. Ik zit hier en doe namens KNS het woord, maar ik doe dit natuurlijk niet alleen. Juist aan het bestuur hebben we heel veel te danken.
‘Doordat we de juiste mensen in het bestuur hebben, veel bevlogen commissieleden en goede ambassadeurs, is het elan in de branche teruggekomen. We zijn het calimero-effect voorbij. Slagers zijn weer trots op hun vak’, vult Hoogenboom aan. ‘De
totale brancheomzet is ongeveer een miljard. Daarmee zijn we natuurlijk niet groot, maar zeker ook niet klein.’

Slager is adviseur

Behalve dat de organisatie een interne verandering heeft ondergaan, is het laatste decennium ook heel veel energie gestoken in het veranderen van de positie van de slager. ‘De slager is niet het eind van de keten, maar juist diegene die het eerste contact heeft met de klant. Dat is zijn USP, zijn unique selling point. Daarmee onderscheidt hij zich van de supermarkt. Consumenten zijn zich de laatste jaren steeds bewuster geworden van voedingswaarden, hebben duurzaamheid hoog in het vaandel staan en leven zich culinair steeds meer uit. Daarmee is ook de positie van de slager veranderd. Hij is de adviseur van de consument geworden.’

Het is volgens Hoogenboom daarom zo belangrijk dat de leden een duidelijke keuze maken in hun ondernemerschap. ‘Vraag je als ondernemer af: Hoe wil ik gezien worden? Daarbij moet je uitgaan van je eigen kracht en niet steeds teruggrijpen op de prijsconcurrentie met de supermarkten. De slager is zijn eigen merk, die het vertrouwen heeft van de consument.’

‘Mensen zijn de laatste jaren steeds argwanender geworden voor industriële productie’, geeft Hoogenboom aan. ‘Die lijnen zijn erg lang en niet altijd even transparant. Je ziet ook het effect na een voedselschandaal, zoals we een aantal jaren geleden hadden met het paardenvlees. Mensen gaan dan weer naar de slager. We hebben daar als KNS ook echt op gehamerd. Koester het feit dat de consument zijn weg naar het ambacht weer weet te vinden en doe er wat mee. Er is onder de slagers een groep die dit van nature gewoon goed doet, maar er is zeker ook een groep die daarmee worstelt.’

KNS helpt ondernemers met voorlichtingsmateriaal, regio- en inspiratiebijeenkomsten, vakwedstrijden. Maar er is ook ondersteuning vanuit de vereniging op individuele basis. Hoogenboom is stellig: ‘Er is nog steeds een toekomst voor slagers in Nederland en daarbij is een goede brancheorganisatie echt noodzakelijk.’

De medewerkers van KNS verzameld. Hoogenboom (rechts achter): ‘We hadden een stand-alone-positie, maar inmiddels staan we als vereniging heel goed op de kaart.’

Lange lijst highlights

Op de vraag welke successen de branchevereniging de laatste 10 jaar heeft geboekt, reageert Hoogenboom enthousiast. ‘Het is een lange lijst highlights’, zegt hij. ‘Zo hebben we bijvoorbeeld het SAS Zorgportaal opgericht, een samenwerkingsverband tussen de Stichting SAS ZorgPortaal met daarin de KNS en de vakbonden FNV en CNV vakmensen, SuperGarant Verzekeringen en Supergarant Zorg. SAS Zorgportaal doet er alles aan om de zieke werknemer terug te laten keren in het arbeidsproces.’

‘We hebben een verdere professionalisering van de vereniging doorgevoerd’, gaat de directeur verder, ‘waarbij we in 2016 het predicaat Koninklijk weer opnieuw hebben verworven. We zijn enkele jaren geleden met Slagerspassie begonnen, het project Meestertitel gestart en zijn actief betrokken bij de Dag van de Slager en bij het televisie-programma Van Slager tot Chef. Ook hebben we een vereniging van zelfslachtende slagers opgericht en via lobby veel gedaan voor de wetgeving over productinformatie. We hebben met FNV en CNV Vakmensen samen met SAS ZorgPortaal, Administratie Groep Holland (AGH) en de Vereniging van Keurslagers (VvK) de handen ineengeslagen door een uitgebreid personeelshandboek op te stellen.’

‘Ook hebben we samen met SVO vakopleiding food en het Worstmakersgilde het Expertisecentrum opgericht. Door het
expertisecentrum blijven specifieke ambachtelijke vaardigheden en vakkennis gewaarborgd en ontstaat er een collectief geheugen. Vanuit dit initiatief kunnen vaardigheden en kennis ook in de toekomst branchebreed beschikbaar gesteld worden.’

Het bestuur van KNS. V.l.n.r.: Herman ter Weele, Fred Karremans, Marco van Strien, Jan Peter van der Zee, Lida Koelewijn en Carla van Eijk.

Uitdagingen

Ondanks de lange lijst successen, staat KNS ook voor veel uitdagingen. ‘Consumenten eten steeds bewuster en dat betekent dat veel klanten ervoor kiezen om minder vaak vlees te eten. Anderzijds kiezen ze wel voor goed vlees. Vlees van de slager. Ik verwacht dat de traditionele slagerij ook in de toekomst blijft bestaan, maar er komen ook steeds meer versspeciaalzaken. En in die transitie zitten we. Het zijn complexe bedrijven, waarin de foodondernemer naast ambachtelijk vakspecialist, ook innovator, marketeer, financieel planner, organisator en manager is.’

Het is volgens Hoogenboom noodzaak nu al heel goed na te denken over welke soort ondernemers er over 5 tot 10 jaar nodig zijn in de foodsector. ‘Het gaat om mensen met hbo- en mbo-kunde op hoog niveau. Het vraagstuk bedrijfsopvolging en -overname wordt daardoor steeds lastiger. Het is ook moeilijk dit onderwerp goed op de kaart te krijgen.’

Dit jaar is de Ondernemersacademie Food opgericht door SVO vakopleiding food in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Slagers (KNS), met basisfinanciering vanuit het VOS Fonds, aangevuld door financiering door partners vanuit de vleessector. De ondernemersacademie gaat actief opvolgers voor de slagerij werven en opleiden. De komende 10 jaar staan er 500 slagerijen op de nominatie om te sluiten omdat er geen opvolging is. De ondernemersacademie wil de ‘nieuwe slagers’ onder meer werven onder slagerskinderen, horeca- en supermarktmedewerkers en zij-instromers.

Hoogenboom zegt zich goed te realiseren dat het voor veel ondernemers heel emotioneel is om mee te gaan in de veranderingen. ‘Wij worden als KNS met veel van deze emotie geconfronteerd. Kennis delen blijft soms ook lastig. We hebben daar veel aandacht voor en helpen ook bij het nadenken over het omschakelen naar een andere type onderneming’, legt Hoogenboom uit.

De consument verandert, wil meer gemak en heeft ook veel meer oog voor het culinaire aspect. ‘De klant wil bereidingsadvies en wil ook bij de slager terechtkunnen voor vegetarische producten’, weet de directeur. ‘Er is bovendien steeds meer vraag naar hybride producten. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in de Vink Vitaal, winnaar van de Gouden Slagersring 2016. Het product bestaat uit vlees in combinatie met groente en zuivel. Niet iedereen is zich hier van
bewust. Dat is heel erg lastig, want ons wordt wel verweten dat we heulen met de vijand. Maar de slager moet nu eenmaal denken als een ondernemer. De consument verandert en staat open voor nieuwe producten. Daar moet de ondernemer in mee.’

Volgens Hoogenboom kijken steeds meer slagers over het hakblok heen, maar moeten ze ook hun stinkende best blijven doen. ‘Slagers moeten hun toegevoegde waarde behouden. Uiteindelijk wordt slechts 15 procent van het vlees bij de slager
gekocht. Het is een nichemarkt, waar je waanzinnig trots op kunt zijn, maar wat zeker geen vanzelfsprekendheid is. De grootste winst die we als brancheorganisatie voor de leden hebben behaald, is dat we er toe doen. Op de kaart staan. We praten mee. Op allerlei niveau, zowel nationaal als internationaal. En we zijn in staat geweest samenwerkingsverbanden aan te gaan en daardoor hebben we draagvlak gecreëerd en kracht georganiseerd.’

Reageer op dit artikel