nieuws

Meer dan de helft van de Nederlanders is ‘flexitariër’

Slagersnieuws

Steeds meer mensen geven aan flexitarisch te eten: 55 procent van de Nederlanders eet drie dagen per week of vaker geen vlees bij de warme maaltijd of tussendoor. Ze kiezen voor alternatieven als vis, ei, champignons of peulvruchten.

Meer dan de helft van de Nederlanders is ‘flexitariër’

Daarnaast blijken duurzame en gezonde voedselkeuzes vaak samen te gaan. De helft van de Nederlanders maakt zich zorgen dat gezond eten in de toekomst te duur wordt en ruim een kwart vraagt zich af of er in de toekomst nog voldoende eten is.

Dat zijn enkele opvallende conclusies uit nieuw onderzoek van Motivaction, uitgevoerd in opdracht van het Voedingscentrum. In het onderzoek is gevraagd naar de eetgewoonten en toekomstblik van verschillende sociale milieus. Het is voor het eerst dat gezond en duurzaam eetgedrag zo uitgebreid per sociaal milieu (groep mensen die op een vergelijkbare manier in het leven staan) in kaart is gebracht.

Hét Nederlandse eetpatroon bestaat niet

“De uitkomsten laten zien dat er nauwelijks meer een ‘gemiddeld’ eetpatroon voor Nederland bestaat. Wat men eet en drinkt en hoe men denkt over duurzaam eten, voedselverspilling en de toekomst blijkt sterk samen te hangen met het sociale milieu”, zegt dr. ir. Gerda Feunekes, directeur van het Voedingscentrum.

Zo eten ‘Traditionele burgers’ (13 procent van de bevolking) vaker dagelijks fruit dan mensen uit andere sociale milieus en eten zij vaak duurzaam, omdat ze zuinig in het leven staan. Zij verspillen bijna de helft minder dan gemiddeld. ‘Kosmopolieten’ (‘open en kritische wereldburgers’) en ‘Postmaterialisten’ (‘maatschappijkritische idealisten’) eten juist meer groente dan gemiddeld en staan vaker open voor alternatieve vleesvervangers als zeewier, algen, insecten en kweekvlees. ‘Gemaksgeoriënteerden’ eten relatief weinig groente en vaker dan gemiddeld dagelijks meerdere handjes chips. 22 procent van de Nederlanders valt in de categorie ‘Moderne burgerij’; zij eten relatief meer aardappel, iets minder groente en fruit en laten het vlees minder vaak weg bij de avondmaaltijd. De prijs van het eten is voor hen belangrijker dan de duurzaamheid. Gerda Feunekes: “Deze groep is zeer prijsbewust; je ziet dan ook dat zij zich vaker zorgen maken over de prijs van gezond eten in de toekomst.”

Duurzame en gezonde voedselkeuzes blijken vaak samen te gaan, concludeert het Voedingscentrum. In sociale milieus waar men gezonder eet, is men ook vaker bezig met de duurzame kant van voedsel en het tegengaan van voedselverspilling.

Per provincie wordt anders gedacht over eten

Niet alleen tussen sociale milieus, maar ook tussen regio’s bestaan er duidelijke verschillen. Zo zijn Gelderlanders vaker vegetariër: 11 procent tegenover het landelijk gemiddelde van 3 procent. In Overijssel (2 procent) gooit men kliekjes minder vaak weg dan gemiddeld in Nederland (11 procent). En in Noord-Holland zijn inwoners vaker (28 procent) bereid om in de toekomst vlees af en toe te vervangen door zeewier dan in de rest van Nederland (18 procent).

Nederlanders onderschatten eigen voedselverspilling

Wat betreft voedselverspilling vallen enkele uitkomsten op. Voor veel Nederlanders geldt dat de hoeveelheid voedsel die men thuis weggooit, veel groter is dan wij zelf denken. Gemiddeld schatten we dat we zelf zo’n 400 gram per week weggooien; in werkelijkheid is dit ongeveer 900 gram.

Tweederde van de Nederlanders zegt niettemin veel te doen aan het voorkomen van voedselverspilling. Zo wordt door veruit de meeste Nederlanders (84 procent) niet elk product weggegooid dat over de Ten minste Houdbaar Tot-datum (THT) is. Men kijkt, ruikt en proeft om te bepalen of een product nog goed is. En als er een restje over is, blijken Nederlanders zuinig: ruim 80% bewaart het in de koelkast of vriest het in. Slechts 3 procent bewaart een restje in de koelkast om het later alsnog weg te gooien.

Op weg naar nieuwe Schijf van Vijf

De uitkomsten van dit onderzoek zullen gebruikt worden in de opmaat naar de nieuwe Schijf van Vijf die begin 2016 verschijnt. Gerda Feunekes: “We willen zo goed mogelijk aansluiten op de informatiebehoefte van de consument. Door meer inzicht te krijgen in de eetpatronen van de onderzochte sociale milieus, kunnen we onze communicatiemiddelen op basis van de nieuwste informatie aanpassen aan een ieders gedrag en gebruiken.”

Reageer op dit artikel