nieuws

Slagerssoap Jongenotters in Ede

Slagersnieuws

EDE – Ze zijn allebei Keurslager en allebei Jongenotter. De een, van de Brouwerstraat in Ede is als Matthijs Jongenotter (foto) geboren, maar mag als slager niet zo heten. Het is de inzet van een juridische strijd geworden.

Slagerssoap Jongenotters in Ede

EDE – Ze zijn allebei Keurslager en allebei Jongenotter. De een, van de Brouwerstraat in Ede is als Matthijs Jongenotter (foto) geboren, maar mag als slager niet zo heten. Het is de inzet van een juridische strijd geworden.

De slager aan het Rozenplein heet bij de burgerlijke stand Schut, maar volgens de Kamer van Koophandel heet zijn slagerij Keurslager Jongenotter. Dat komt doordat de laatste zo’n zeven jaar geleden de slagerij van pa Jongenotter kocht, met naam en al, zo meldt de Gelderlander.

Dwangsom
Toen Matthijs een half jaar geleden een slagerij begon, liet Schut in kort geding bepalen dat Jongenotter op geen enkele wijze zakelijk de naam Jongenotter zou voeren. Gisteren vocht Matthijs een dwangsom van twintig mille aan in kort geding, omdat hij dat tóch gedaan zou hebben. Bij rechter Huijgen, dezelfde kortgedingrechter als die Jongenotter vorig jaar verbood zich als slager Jongenotter te noemen, stonden de twee slagers gistermorgen met geslepen messen tegenover elkaar. Figuurlijk, althans.

Schut had een advertentie gezien waarin Matthijs adverteerde met ‘vier Jongenotters voor € 4,95′. En een klant kwam, zegt hij, bij hem met een stempel van ‘slager Jongenotter’ op een kaart waarmee bij de Keurslagers voor een knuffel gespaard kon worden. Voor die twee zonden tegen het eerdere kortgedingvonnis samen eiste hij verbeurdverklaring van een dwangsom van twintig mille.

Rechter

‘Dan kan ik als net begonnen kleine zelfstandige meteen naar de Kamer van Koophandel om mijn faillissement aan te laten tekenen’, reageerde Matthijs gisteren bij de rechter. Jongenotter junior ontkende in alle toonaarden dat hij de stempel had gezet: ‘Ik heb zo’n stempel niet eens. Mijn vader had er een, al gebruikte hij hem de laatste jaren voor hij de zaak verkocht ook al niet meer, want er stond nog ‘slager Jongenotter’ in plaats van ‘Keurslager’. Hij heeft die stempel meeverkocht toen hij de zaak overdeed aan Schut’, aldus Matthijs. Die verdacht Schut ervan de stempel zelf gezet te hebben, wellicht met het doel het lucratief innen van een dwangsom. Maar Schut, op zijn beurt, ontkent dat weer. Volgens Schut kunnen er best meer exemplaren van de stempel zijn dan de ene die hij had gekregen toen hij Jongenotter overkocht. Wat de advertentie betreft: ‘Jongenotters’ zijn volgens beide slagers een begrip in en rond Ede. Het vleesgerecht is een vinding van de vader van Matthijs.

Waar heel Nederland bij tijd en wijle smult van slavinken (varkensvlees gerold in ontbijtspek), blinde vinken (rundervlees gerold in vleeswaar) en zelfs Vlaamse vinken (met mager rookspek), gaan de Edenaren zich geregeld te buiten aan de Jongenotters.  Het is een variant op genoemde ‘vinken': een gekruid varkensfiletlapje, omwikkeld met katenspek. Ede smult ervan, zo blijkt uit het gevecht van de slagers.

Matthijsjes

Slager Schut verkoopt de Jongenotters in zijn slagerij Jongenotter en wil, indachtig de uitspraak van het vorige kortgeding, dat de zoon van de oude slager het ding voortaan anders noemt. Die wil dat best, zo zei hij gisteren. Op voorstel van rechter Huijgen gaan ze bij hem waarschijnlijk ‘Matthijsjes’ heten. ‘Ik kom ze binnenkort een keer kopen, ben reuze benieuwd hoe ze smaken’, aldus Huijgen, tactisch in het midden latend bij welke van de twee slagers hij inkoopt.’Huijgen drong er zowel bij Schut als Jongenotter op aan nog eens rond de tafel te kruipen om uit de impasse te komen. ‘Ik kan nu wel vonnis wijzen, maar voorzie dat u dan binnenkort weer voor me staat als u elkaar zo in de haren blijft vliegen. Als ik het zo inschat is dat met die stempel niet bewezen, maar ligt dat met dat vleeslapje anders’, nam Huijgen alvast een voorproefje op een eventueel door hem te wijzen vonnis.

‘Maar ik denk dat u er beiden veel meer bij gebaat bent als er een goed contract wordt opgesteld over wat wel mag en wat niet’, schatte de rechter in. ‘Bent u bereid een verklaring te ondertekenen dat u als slager de naam Jongenotter niet meer gebruikt?’, vroeg de rechter Jongenotter. ‘A la minute’, aldus deze. Waarop de rechter besloot de advocaten twee weken de tijd te geven om samen een contract op te stellen en tot dan het wijzen van vonnis op te schorten.