nieuws

‘Nijen aenwas’ duikt in geschiedenis slagerij

Slagersnieuws

DINTELOORD – De geschiedenis van de vleeswaren en conservenfabriek G. van Saarloos en Zn. is een van de artikelen in het Jaarboek van de Cultuurhistorische vereniging ‘Nijen aenwas van Nassau’. Het eerste exemplaar is traditiegetrouw aangeboden aan koningin Beatrix.

DINTELOORD – De geschiedenis van de vleeswaren en conservenfabriek G. van Saarloos en Zn. is een van de artikelen in het Jaarboek van de Cultuurhistorische vereniging ‘Nijen aenwas van Nassau’. Het eerste exemplaar is traditiegetrouw aangeboden aan koningin Beatrix.

In het boek staan veel interessante artikelen over inwoners van Dinteloord, herinneringen aan huizen, bedrijven en straten en kerken, meldt BN De Stem. Zo ook de ontwikkeling van de slagerij van de familie Van Saarloos aan de Oostvoorstraat tot een vleeswaren- en conservenfabriek. De fabriek kwam voort uit de slagerij van Christiaan van Saarloos, die slager en gemeentebode was. Zoon Gerard ging in de leer bij zijn oom en kwam later, met zijn vrouw Geertje Vroon, in de slagerij van zijn vader. Ze kregen twee zoons en een dochter.

Om een slachtverbod in de Eerste Wereldoorlog het hoofd te bieden, verkocht Gerard eerst eieren en later vis in zijn slagerswinkel. Na de oorlog kwam de vleesverkoop weer op gang en hadden ze drie knechten in dienst. Zoon Chris, die eigenlijk veearts wilde worden, moest door personeelsgebrek mee gaan werken. De woning achter de slagerij werd omgebouwd tot slachthuis en in de jaren ’30 werden, in opdracht van de overheid, grote hoeveelheden vlees in blik voor hulpbehoevende gezinnen gefabriceerd. In 1931 werd een vergunning aangevraagd voor Oostzijstraat 8 om daar vleeswaren te bereiden en te bewaren en in 1933 was uitbreiding van koelcel en machinekamer nodig. Broer Herbert zette na het overlijden van Chris het bedrijf voort. De Tweede Wereldoorlog zorgde weer voor teruggang in het bedrijf en in november 1944 werden verschillende bedrijfsgebouwen gebombardeerd. Na de oorlog groeide het bedrijf weer en werd uitbreiding gevonden in gebouwen van levensmiddelengrossierderij ‘Centra’. Er waren ook daar niet genoeg uitbreidingsmogelijkheden en de fabriek vertrok naar Etten-Leur.

 

Reageer op dit artikel