nieuws

‘Eindelijk hebben we alles onder één dak’

Nieuws 47

Keurslager Cees Mol in Goes is heel blij met zijn nieuwe locatie. ‘We hebben nu onze werkplaats en slagerij onder één dak en hebben veel meer ruimte achter de toonbank. Daardoor kunnen we efficiënter werken.’ Hij is zo blij met het nieuwe pand, dat hij het zelfs geen probleem vond om in de drukste periode van het jaar te verhuizen.

‘Eindelijk hebben we alles onder één dak’
Archief Vleesmagazine. Foto: Jeanine Mol

Middenin de kerstvakantie werd de nieuwe slagerij van Keurslager Cees Mol in Goes opgeleverd. ‘KMI Apeldoorn zou de inrichting in februari afronden, maar vanwege hun volle agenda werd gevraagd of ze ons pand in de kerstvakantie mochten opleveren’, legt Cees Mol uit. ‘Wij vonden het zonde om nog zes weken in de oude winkel te werken als de nieuwe al klaar zou zijn en zo kwam het dat we een week voor de kerst de productie hebben overgezet. Op 4 januari zijn we een dag dicht geweest en een dag later ging de nieuwe winkel open.’

Mol is vrij nuchter over de verhuizing in de drukste tijd van het jaar. ‘Een verhuizing komt nooit uit. Het was misschien niet zo praktisch, maar alles is goed verlopen en we hebben een prachtige nieuwe zaak. Ik vind het prima zo.’

Efficiëntie
Uitgangspunt van de nieuwe winkel was het creëren van meer efficiëntie. Mol legt uit: ‘We groeiden steeds een paar procent in de omzet, maar hadden het idee dat we meer zouden kunnen groeien door efficiënter te werken. We hadden een relatief grote winkel met weinig ruimte. Op zaterdag stonden we met acht man achter de toonbank en liep iedereen elkaar in de weg. Ook hadden we bijna geen opbergruimte rond de toonbank en was er geen ruimte voor een grote werkplaats achter de winkel, waardoor onze productie op een andere locatie plaatsvond.’

Vooral dat laatste aspect was de slager een doorn in het oog. ‘We konden geen producten van achteren naar voren verkopen en moesten telkens voorraad ophalen. Ik was 15 uur per week uit de winkel om naar de andere locatie te gaan, om spullen op te halen en met de mannen van de worstmakerij te overleggen.’

Al geruime tijd had Mol een nieuwe locatie in gedachten. ‘Het pand waar vroeger Aldi was gevestigd, stond leeg. Ik heb gevraagd of ik een deel kon kopen en na onderhandelen kon ik een ruimte van 300 vierkante meter overnemen. Het pand is zo groot, dat we nu de worstmakerij en de winkel onder één dak hebben. Dat werkt fantastisch.’

Mol heeft zelf het ontwerp voor de inrichting van het pand voor zijn rekening genomen. ‘We wisten precies wat we wilden. We hebben niet voor een werkplaats in de winkel gekozen, omdat dan iedereen langs elkaar moest lopen, maar voor een aparte werkplaats. Achter de winkel is een centrale gang, daar komen zowel de werkplaats als de kantine, de koelcel, het kantoor en de wc op uit. Zo is alles gemakkelijk en snel bereikbaar.’

Sneller schakelen

Hij ervaart het echt als een groot pluspunt om de werkruimte en de winkel onder één dak te hebben. ‘We kunnen een stuk sneller schakelen. Efficiëntie heeft niet alleen betrekking op de inrichting, maar ook op het werk zelf. We zijn nu constant aan het kijken hoe we onze efficiëntie verder kunnen vergroten. Bijvoorbeeld door een net iets andere route af te leggen of door ondertussen een paar kratten mee te nemen, zodat we minder meters hoeven te maken. We proberen doelbewuster te werken, om zo tijd te besparen en meer omzet te creëren.’

Ook de werkruimte in de winkel is een stuk groter geworden. ‘We hadden 80 centimeter ruimte achter de toonbank en dat is nu 120 centimeter geworden. Daardoor kan het winkelpersoneel veel makkelijker en sneller de mensen helpen.’

De 14 meter lange opstaande glastoonbank heeft een opvallende plaats gekregen. ‘Hij staat echt in de winkel. Voor het gevoel van de klant is hij veel groter geworden, terwijl dat eigenlijk maar 1,5 meter is.’ De extra ruimte wordt opgevuld door meer voorgesneden vleeswaren en meer salades en maaltijden.

Eyecatcher
Andere opvallende items in de nieuwe winkel zijn de dry age-kast en de open keuken. ‘Met het dry age-vlees hopen we een nieuwe markt aan te boren. We zien het als een verrijking van het assortiment en gaan proberen een nieuwe vraag te creëren. We leggen het vlees niet zomaar in de toonbank, maar gaan het een aantal keren laten proeven en avonden organiseren met koks, een barbecue en allerlei hapjes en drankjes.’ De open keuken zorgt volgens hem voor extra beleving. ‘Klanten kunnen nu zelf zien dat we bijvoorbeeld met verse groenten aan het koken zijn. Het is echt een eyecatcher in de winkel.’

De familie Mol heeft voor warme kleuren gekozen. ‘Je ziet tegenwoordig veel zwart-wit en ook onze vorige winkel, die we vier jaar geleden nog hebben verbouwd, was een donkere winkel met wit. Wij wilden nu graag een winkel die het verlengstuk van onze huiskamer is. Daarom hebben we voor een bourgondische uitstraling gekozen, die netjes en chic oogt. We hebben een bruine vloer, de toonbank is bekleed met hoogglans houtpanelen en daarboven hangen koperen lampen. Die zijn ook bij de dry age-kast terug te vinden. De achterwand is bekleed met mozaïek in bruine, witte en grijze tinten. Ik vind dat de winkel een echte versuitstraling heeft gekregen. Deze uitstraling wordt versterkt door het passe-partout met Italiaanse hammen en droge worsten die de klanten bij binnenkomst aantreffen.’

Al kunnen de inwoners van Goes sowieso niet meer om de slagerij heen: ‘Onze winkelpui is vergroot van 6,5 naar 13 meter. We nemen nu echt een opvallende plaats in het winkelcentrum in’, zegt Mol.

Band met klanten
Tot nog toe is Mol erg tevreden over de omzet in zijn nieuwe zaak. ‘De week na de opening hebben we een dikke vette plus gedraaid. We hopen natuurlijk dat het zo doorgaat. De klanten zijn heel positief. We hebben veel reacties gekregen en wel 60 boeketten, flessen wijn en champagne van hen ontvangen. We hebben een hele goede band met onze klanten, al 26 jaar lang. Mijn vader is de slagerij 26 jaar geleden begonnen, toen ik een jongen van 16 was. In 2006 heb ik samen met mijn vrouw het bedrijf overgenomen.’

Het slagersvak zit in de familie. ‘Mijn opa was slager en mijn oom runde een supermarkt met slagerij’, verklaart Mol. Hij vervolgt: ‘We hebben een breed assortiment en vrijwel alles wordt redelijk goed verkocht. We zijn ook echt bezig met kwaliteitsvlees. Volgens ons gaat duurzaam vlees in de toekomst nog belangrijker worden.’

Zeeuws rundvlees is één van Mols specialiteiten. ‘Het vlees komt uit Hoek, van stierenmeester Paul van Driessen. Hij is één van de besten in Nederland. De runderen hebben alle ruimte, worden goed verzorgd en krijgen elke dag als voer boontjes en aardappelen. Dit alles zorgt voor zeer goed en écht lekker Zeeuws rundvlees en dat proberen we zo goed mogelijk te vertalen naar de consument.

Reageer op dit artikel