nieuws

Eindsprint overstap op verantwoorde palmolie nodig

Marktberichten

Veel Nederlandse voedingsmiddelenproducenten en supermarkten liggen op koers om eind dit jaar volledig over te stappen op verantwoorde palmolie, waarvoor geen waardevol regenwoud is gekapt. Door een eindspurt in te zetten kunnen zij voldoen aan die belofte van vijf jaar geleden. Toch zijn er ook veel achterblijvers, onder andere in de diervoederindustrie. Zij doen te weinig aan verduurzaming van hun palmoliegebruik of geven geen openheid van zaken, acht het Wereld Natuur Fonds (WNF).

Eindsprint overstap op verantwoorde palmolie nodig
Palmoogst op Sabah. Foto: Mazidi Abd Ghani

Dat blijkt uit de eerste Nederlandse Palmolie Scorecard van het Wereld Natuur Fonds. Na drie internationale edities is nu een Nederlandse scorecard opgesteld. Reden hiervoor is dat Nederlandse brancheorganisaties van de voedingsmiddelen- en diervoederindustrie in 2010 toezegden dat de bedrijven eind dit jaar volledig te zijn overgestapt op verantwoorde palmolie. Nederland kan als grootste importeur van palmolie in Europa direct bijdragen aan het voorkomen van ontbossing. Tussen 1990 en 2010 verdween al zo’n 3,5 miljoen hectare regenwoud voor oliepalmplantages, vooral in Maleisië en Indonesië. Dat is meer dan het oppervlakte van Nederland. Palmolie zit in veel dagelijkse producten, zoals koekjes, zeep, margarine, chips en cosmetica. Ook zit het in diervoeding en daarmee indirect in vlees en eieren.

Ranglijst

Bovenaan de ranglijst van 48 bedrijven staan Peeters Produkten (Duo Penotti) en Vika (kaasproducten). Zij verwerken 100 procent verantwoorde palmolie in hun producten. Grote palmoliegebruikers als Unilever en FrieslandCampina staan ook in de bovenste regionen. Zij verwerken voor een deel duurzame palmolie in hun producten. Daarnaast zorgen zij via de aankoop van certificaten dat de overige palmolie die zij gebruiken verantwoord wordt geproduceerd. Met name de inspanningen van Unilever hebben grote impact op het voorkomen van ontbossing. Het concern verbruikt 3 procent van de wereldproductie. Teleurstellend is dat een derde van de benaderde bedrijven geen inzicht geeft in hun palmoliegebruik, waaronder Agrifirm en De Heus (diervoeder), Hanos (horecagroothandel) en Bart’s Retail (Bakker Bart).

‘Nederlandse bedrijven hebben nog een half jaar om aan hun afspraak te voldoen’, zegt Sandra Mulder, palmoliedeskundige bij het WNF. ’Gelukkig zijn veel bedrijven op de goede weg. Zij helpen zo direct mee aan het voorkomen van ontbossing en verlies van leefgebied van bedreigde diersoorten, zoals de tijger en de orang-oetan. Maar een fors aantal bedrijven moet nu heel snel aan de slag om hun afspraken na te komen. Er is geen excuus meer om nog langer achterover te leunen.’

Eerste stap

De meeste bedrijven op de Palmolie Scorecard verduurzamen hun palmoliegebruik vooral door certificaten in te kopen. Hoewel zij nog weinig verantwoorde palmolie in hun producten verwerken, zorgen ze er zo wel voor dat diezelfde hoeveelheid duurzaam wordt geproduceerd. Elk bedrijf kan per direct certificaten kopen om de productie van duurzame palmolie te stimuleren. Dat is een eerste stap, maar niet voldoende. Het WNF roept bedrijven op om snel verantwoorde palmolie daadwerkelijk te verwerken, zodat hun producten niet bijdragen aan ontbossing en verlies van leefgebied van bedreigde diersoorten.

Het WNF werkt sinds 2003 met bedrijven, financiële instellingen en maatschappelijke organisaties aan regels die moeten voorkomen dat de productie van palmolie leidt tot aantasting van de natuur, rechten van de lokale bevolking en klimaatverandering. De afspraken zijn vastgelegd in de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO). De RSPO geeft marktpartijen de mogelijkheid de teelt van palmolie te helpen verduurzamen, waar regelgeving en handhaving van overheden tekort schiet.

RSPO

Palmolie krijgt het RSPO-certificaat als voor de teelt geen waardevol regenwoud is gekapt, met de lokale bevolking afspraken zijn over landgebruik en de sociale rechten van arbeiders worden gerespecteerd. De RSPO bestaat inmiddels uit ruim 1.300 leden in meer dan 50 landen. De leden zijn palmolieproducenten, afnemers en maatschappelijke organisaties, waaronder WNF,  Oxfam Novib, Solidaridad en vakbonden.

Palmolieplantage, Sabah, Borneo, Maleisië. Foto: Juan Carlos Munoz   2007

Palmolieplantage, Sabah, Borneo, Maleisië. Foto: Juan Carlos Munoz
2007

Vrucht met palmolie. Foto: Christophe Courteau

Vrucht met palmolie. Foto: Christophe Courteau

Reageer op dit artikel