nieuws

‘We verkopen niet, we zijn gastheer

Industrienieuws

Slagerij Rien Bezooijen in Rotterdam werd 23 jaar geleden gestart. De locatie aan het Samuel Esmeyerplein is hetzelfde gebleven, dat geldt zeker niet voor de bedrijfsfilosofie. De slagerij is omgeturnd van kiloslager tot een traiteurwinkel waar enthousiasme troef is.

‘We verkopen niet, we zijn gastheer

‘Ik ben in 1985 begonnen met een eigen slagerij. Ik nam de zaak over van een andere eigenaar. Toen ik de zaak overnam stond de helft van het winkelcentrum leeg en was de slagerij een kilozaak. Er zou 13.000 gulden omzet in de slagerij zitten, maar dat bleek slechts 4.100 gulden te zijn. Ook ging alles stuk wat stuk kon gaan: diepvries, gehaktmolen, koelcel. Het was dus een miskoop. Het eerste halfjaar heb ik de zaak gevoerd zoals ik hem had gekocht, namelijk als kiloslager. Maar dat lag me helemaal niet, dat is niks voor mij. Ik heb toen langzaam het imago veranderd door geleidelijk aan nieuwe producten te introduceren zoals cordon bleu en de presentatie te veranderen. Ik ben kleinere schalen gaan gebruiken, alles wat fijner presenteren dus. Maar dat die imagoverandering drie jaar zou duren had ik nooit verwacht. Achteraf gezien had ik natuurlijk direct met het nieuwe idee moeten beginnen. Maar het is toch goed uitgepakt, mede door de veranderde aanpak.

Klantenbenadering
Wat het geheim van het succes is? Enthousiasme, uitstraling en het fanatisme. Enthousiasme van mezelf, maar ook van de medewerkers. We verkopen geen producten, we zijn gastheer en gastvrouw. Klanten willen graag persoonlijke aandacht, op die manier kun je je als verswinkel onderscheiden van de supermarkt. Veel winkels hebben bijvoorbeeld een koffiezetapparaat voor de consument. Wij geven het kopje koffie persoonlijk aan de klant. Naast die persoonlijke aandacht, geeft het je ook de mogelijkheid om voor de toonbank te komen en rond te kijken. Hierdoor zie je zoveel meer van de winkel en je ziet wat de consument ziet. Ik raad collega’s ook aan om af en toe foto’s te nemen van je eigen zaak, dat werkt verhelderend. Het is belangrijk om een stukje gezelligheid te creëren. Als het warm weer is serveren wij water of bitter lemon. Dat kost tijd en aandacht, maar die geste wordt super gewaardeerd door de klanten. Bovendien is het een onderbreking van het wachten in de rij en het geeft binding met de klant. Wat we ook doen is kleine broodjes serveren met een product er op van onszelf. De klant waardeert het en hij komt in directe aanraking met onze producten. Als je dat doet, moet je natuurlijk wel vertellen wat je uitdeelt. Dat moet met overtuiging gebeuren. Omdraaien naar collega’s voor hulp is uit den boze, dat komt namelijk niet overtuigend over. Het gaat om versbeleving creëren. Je moet spelen met de klanten.

Personeelsbeleid
Dat geldt ook voor het personeel. Als regel heb ik dat iedere klant netjes wordt begroet bij binnenkomst. Ik verplicht het niet, maar geef wel aan dat ik het belangrijk vind. Ik probeer een regel altijd naar de mensen zelf te vertalen. ‘Vind je het zelf prettig als je een winkel binnenloopt en er wordt niks gezegd?’ Nee is dan het antwoord. Met personeelsbeleid gaat het ook om mensen enthousiast te maken. Als een medewerker een nieuw product heeft gezien op vakantie of zelf thuis iets nieuws heeft gemaakt, mogen ze het van mij ook voor de winkel maken. Dat stimuleert. Als dat gebeurt en we delen het uit, vertellen we de klant ook wie het gemaakt heeft. Voor de betreffende medewerker is dat een leuk moment, hij wordt extra in het zonnetje gezet en het geeft weer binding met de klant. Producten aansmeren mag niet. Vaak is het aan een klant vertellen voldoende, de rest volgt wel. Verder motiveer ik het personeel door ze op de hoogte te houden van de nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld door ze mee te nemen naar beurzen. Ik wil voorkomen dat het bedrijf alleen om mij draait. Als een medewerker weggaat met een goede reden, bijvoorbeeld verhuizing, vertellen we de klanten ook waarom. Alles wat positief is blijft onderdeel van het verhaal. 

Marketing
Iedereen in de branche doet zijn best, ook de supermarkt. Je moet je boodschap dus goed verpakken. Wij hebben zes keer met succes meegedaan aan de Slagerij van het Jaar en dat heeft veel vertrouwen gewekt bij de klanten. Daarnaast adverteren we een keer per maand in het wijkblad. De laatste drie jaar richten we ons vooral op glossymagazines als ‘What women want’ en ‘Rotterdam Kookt’. Hiermee bereiken we een groter publiek omdat de bladen regionale en landelijke dekking hebben. Het kost ook meer, maar het voordeel is wel dat deze bladen lang blijven liggen bij instellingen als ziekenhuizen en tandartsen. Dat is het geld meer dan waard. Wat we ook doen is voor de winkel een tafel plaatsen en die fraai aankleden en opmaken. We presenteren iedere dag een maaltijd. Wat vooral belangrijk is, is dat het mooi staat. Dat geldt ook voor bedrijfskleding. Sinds een aantal jaren dragen we een blouse met stropdas, een zwarte pantalons en zwarte schoenen. We wisselen zo’n vier keer per jaar van kleding. Tijdens het EK voetbal is dat een witte blouse met oranje stropdas, maar daarnaast hebben we ook zwarte en roze blouses. Daarmee onderscheiden we ons ook. Uniformiteit is belangrijk. Het straalt uit dat je een team bent.
Ideeën haal ik uit het lezen van vakbladen en bladen buiten de branche. Ik kijk graag naar de horecasector. Zo ben ik in 2000 gestart met een praktijkatelier (kookstudio) achter in de slagerij. We doen dit iedere dinsdagavond met een groep van maximaal 20 personen. Bij binnenkomst krijgt iedereen een drankje waarna ik mijn verhaal doe over het bedrijf en de branche. Vervolgens wordt er gekookt met producten die we zelf in de winkel verkopen en geven we de deelnemers praktische tips voor thuis. We sluiten natuurlijk af met lekker eten. De kookstudio is een prima manier om het bedrijf Rien Bezooijen te laten zien en om de slagerijbranche in zijn totaal goed voor het voetlicht te brengen bij de consument. Het valt altijd op dat de deelnemers na afloop een positiever beeld hebben van de branche dan voorheen. Ze krijgen een beter idee hoeveel tijd en moeite het kost voordat een stuk vlees op hun bord ligt. Daarnaast is het een mooie omzetmaker. Drie vliegen in een klap dus.

Toekomst
De grootste bedreiging voor mij is het winkelcentrum, dat is gedateerd. Het geluk is wel dat het vrij parkeren is. Daarnaast is de uitstraling van de winkel goed, alleen besef ik me ook dat je andere ondernemers nodig hebt om te overleven. Ik sluit verhuizen in de toekomst dan ook niet uit, hoewel ik het liever niet doe. Ondanks het winkelcentrum ben ik positief. Er zijn in de wijken er omheen nog genoeg kansen om te benutten. Belangrijk is om goed te zien wat er in de wijk gebeurt. De basis is vleesverkoop, maar er zijn zoveel andere factoren die belangrijk zijn om succesvol te zijn. Enthousiasme is er daar een van. Laat zien dat je trots bent op je vak en product en draag het uit. Het zijn de kleine dingen die het doen. Houd bijvoorbeeld een deur open als een klant zijn handen vol heeft of geef de tas niet over de toonbank aan, maar loop even om.’
 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels